PKN
Protestantse Gemeente te Bennebroek
 
Pastoraat Pastoraat
1 september 2020:
PASTORALE BRIEF                      Tel uw zegeningen…

In deze bijzondere tijd waarin ons zoveel beperkingen worden opgelegd hoor ik ook vaak zeggen: “..laten we vooral kijken naar wat er allemaal nog wel kan”. Ouderen zeggen soms, terugkijkend op hun leven dat ze kunnen waarderen wat er is. Het is de kunst van een leven in dankbaarheid. Wie kent niet de ervaring van een diep gevoel van dankbaarheid dat soms op onverwachte momenten wordt opgeroepen. Je fietst op een septemberdag door de natuur en ruikt de eerste herfstgeuren. Het is alsof je hart begint te zingen, helemaal open gaat. Dankbaarheid kan ervaren worden als een onverwacht geschenk, iets wat me overkomt. Als we denken over ons bestaan leidt dat denken vaak als vanzelf tot danken. We danken dat we er zijn en dat we mogen bestaan. We danken dat er iets is en niet niets. De verbazing over het geschapen bestaan doet ons danken. De verwondering over ons zijn maakt ons nederig en verlegt onze waardering hierover van onszelf naar onze Schepper, die “dit al” tot leven bracht met zijn creatieve adem vol geestkracht.
Dankbaarheid wil ook geoefend worden. Dat doen we bij de viering van het Heilig Avondmaal. Ook nu we nog niet samen de Maaltijd kunnen vieren, worden we gevoed door de herinnering en het verlangen. Dankbaarheid die tot uitdrukking komt in het Nieuwtestamentische woord “eucharisteo”, dankzegging.  Daarin zitten de woorden “charis” ( genade) en “chara”( vreugde).
Dankbaarheid wil ook geoefend worden in ons gebed. Wie niet meer dankbaar kan zijn wordt een verzuurd of verbitterd mens. In ons dankgebed worden we met behulp van Boven uit de verzuring getrokken. Het zoet van ons bidden kan de verbittering verdrijven. Als er niemand anders meespreekt in ons hart, dan verdwijnt de dankbaarheid uit ons leven. Zeker, er zijn levens waarin zoveel gebeurd is aan narigheid, ziekte en dood, dat je wel van heel goede huize moet komen om het danken vol te houden. Om maar te zwijgen van onze wereld, vol dreiging en geweld.. toch is het nodig om juist dan onze gebeden te laten opstijgen .
Wanneer ik sta, in een hoekje van het kamp, mijn voeten geplant op jouw aarde, het gezicht geheven naar jouw hemel, dan lopen me soms de tranen over het gezicht, geboren uit een innerlijke bewogenheid en dankbaarheid, die zich een uitweg zoekt. Ook ’s avonds wanneer ik in m’n bed lig en rust in jou, mijn God, lopen me soms de dankbaarheidstranen over het gezicht en dat is mijn gebed.   
Bovenstaande tekst is van Etty Hillesum geschreven in 1942 vanuit kamp Westerbork. Hoe is het mogelijk dat bij iemand de tranen van dankbaarheid over het gezicht lopen vanuit zo’n mensonterende situatie waarbij het meest noodzakelijke ontbreekt, namelijk vrijheid. Moet er niet altijd een goede reden zijn om dankbaar te kunnen zijn?
Dankbaarheid is eerder een innerlijke gezindheid. Een gezindheid tot danken dat nauw verbonden is met gedenken, herinneren. In een rouwadvertentie stond onlangs  een opschrift van Dietrich  Bonhoeffer: Hoe mooier en rijker de herinneringen, des te moeilijker is het afscheid, maar dankbaarheid zal de pijn der herinnering veranderen in stille vreugde.
Dankbaarheid kan worden tot een grondstemming van het leven, een stemming die het leven zozeer kan doortrekken dat zij ons rust en vrede geeft; je beseft gedragen te worden door het leven zelf, door God. De Eeuwige die ons beloofd heeft dat, hoe beroerd wij het soms ook doen, wij nooit vallen dan in zijn hand. De dank daarvoor is als ademhalen.  Dat wij zo verder mogen gaan: met vertrouwen levend in het heden, hoopvol uitziend naar de toekomst en dankbaar terugblikkend op het verleden.
In verbondenheid,
 ds Jolien Nak

4 augustus 2020:
PASTORALE BRIEF      “  LEREN LEVEN MET ONZEKERHEID”

Het is alweer jaren geleden dat we als kerkenraad een bezinningsweekend hadden in Kaagdorp  met als thema: “ Leren leven met onzekerheid ”. Dat ging over de toekomst van onze kleine vergrijsde, maar o zo dappere gemeente.  In het pastoraat hoor ik mensen op zekere leeftijd, als de krachten afnemen zeggen:   “ Het is leren leven met onzekerheden.”   En in de spreekkamer van de oncoloog  hoor  ik opnieuw : “ U, moet leren leven met onzekerheid”.  Het Break-out Team zegt in haar manifest voor een veerkrachtig en weerbaar Nederland dat we moeten leren leven met onzekerheid. Maar dat is allemaal makkelijker gezegd dan gedaan. Omgaan met onzekerheid vinden we lastig. We houden liever alles onder controle vanuit ogenschijnlijke zekerheid. De complexe wereld waarin wij leven gaat gepaard met permanente onzekerheid. Wij moeten daarmee leren omgaan en accepteren dat wij alleen kunnen leven vanuit onzekerheid.  In tijden van Corona worden we daar pijnlijk mee geconfronteerd.
 Mensen overal ter wereld zijn van slag geraakt. De crisis raakt ons allemaal. Ik sprak een oude vrouw: ze vindt het zo erg voor jonge mensen en hun ouders, dat zij deze crisis in hun toekomstverwachting moeten meedragen. Of die man: in zijn tranen zag ik de verwarring en de angst dat ons leven, als het erop aankomt, aan een zijden draadje hangt. Hoe kwetsbaar zijn onze samenlevingen, hoe kwetsbaar zijn gewone mensen. Er is onzekerheid over hoe het nu verder moet met onze wereld. Er is inwendige woede omdat het zo zelden de goede kant op gaat met onze wereld. Woede die zomaar kan omslaan in resignatie, in een afhaken en je terug trekken op je eigen kleine erf.  De overdoses aan informatie over het aantal besmettingen, mondkapjes en vaccins en menselijke wanhoop, dag in dag uit, fokt ons op. En de stem van het goede leven die ook in ons hart wil spreken wordt gesmoord en verstikt.  Waren we te goedgelovig over het aanbreken van het  Koninkrijk van God. Te overmoedig ons  zingen over  “Jeruzalem, waar geen ziekte is, geen ongeluk, geen dood en geen gebrek aan brood”( LB 737)

Leren leven met onzekerheid vraagt veel van ons. Wat houdt ons op de been? Hoe speelt ons geloof of ongeloof een rol in dagen van grote onzekerheid. Wat geeft ons moed om het vol te houden en beschikken we over voldoende spirituele elasticiteit? Hoe kunnen we ons hart zo voeden, dat onze hoop niet overgaat in wanhoop. Zeker er is nog maar weinig te zien nu de besmettingen weer toenemen en een tweede golf van het virus zich zou aankondigen. Economen verwachten dit najaar een diepe recessie. We zullen er toch aan moeten dat dit bestaan afgronden kent waarin je kunt vallen. Wij hebben allerlei redenen om bevreesd te zijn en angsten te hebben . We willen allemaal zo graag houden wat we hebben.  “U hebt de Geest niet ontvangen”, zegt de apostel Paulus in zijn grote brief aan de gemeente in Rome,  “om opnieuw als slaven in angstige onzekerheid te leven.”. Leven in angst wordt door Paulus slavernij genoemd.  We hebben de Geest niet ontvangen om weer terug te kruipen in het hokje van angst en onzekerheid, maar om vrije kinderen van God te zijn. Dan kijk je met andere ogen naar de wereld. Dan zie je signalen van hoop en nieuw leven, barensweeën van een nieuwe tijd. Ook vandaag. Het is niet potdicht tussen hemel en aarde. Misschien zien we het niet. Zijn we zo aangetast door onze deprimerende tijdgeest dat eerst de schellen ons van de ogen moeten vallen. Wie met gelovige ogen kijkt gelooft dat diep in deze wereld en diep in ons eigen leven, het levensvuur brandt van God, zichtbaar geworden in Jezus die ons heeft leren bidden: “Uw koninkrijk kome “.
Dat wij ons bange hart gericht houden op Degene die over het water komt aanlopen en zegt “Ik ben het. Wees niet bang” ( Matth. 14: 27 )
In verbondenheid,                                                                                    ds Jolien Nak


21 juli 2020:
Pastorale brief.  “ Dichter bij God, dichter bij jezelf”


Na een fijne vakantie in eigen land (wat is Nederland toch mooi ) schrijf ik u ter inspiratie graag iets over de laatste vakantieweek die wij doorbrachten in het klooster “Nieuw Sion” in Diepenveen.   ( bij Deventer)  
Misschien heeft u op de televisie kunnen volgen hoe de laatste monniken uit de Abdij Sion vertrokken. Het was voor het handjevol oudere monniken niet meer vol te houden het immense klooster en de landerijen te beheren. Inmiddels wonen de cisterciënzers  op Schiermonnikoog en hopen daar hun monastieke leven voort te zetten.
Het klooster in Diepenveen , dat nu vrij kwam, trok veel belangstelling.  Projectontwikkelaars en hoteleigenaren  hadden er veel geld voor over. De monniken wilden echter graag dat het klooster vooral een plek van spiritualiteit zou blijven. Zodoende werd het complex verkocht ( lees: gegeven) aan een oecumenische stichting die op een nieuwe manier probeert de kernwaarden van het monastieke leven voort te zetten. Inmiddels  wordt het klooster bewoond door een oecumenische leefgemeenschap van tien volwassenen en acht kinderen.  Mensen die zich verbinden tot een toegewijd zoeken naar God in vormen van meditatie en gebed. Iedere dag is er een morgengebed, een middaggebed, een avondgebed en een nachtgebed. Dagelijks biddend de Bijbel beluisteren op wat God ons te zeggen heeft en daar biddend op reageren. Het is een gemeenschap waarin samen gevierd en gediend wordt en gastvrij open staat voor anderen.  Er blijkt grote behoefte te bestaan aan een toevluchtsoord, waar je kunt opladen door gebed, meditatie, bijbelstudie  en gesprek. De monastieke spiritualiteit  is gericht op de gemeenschap maar biedt ook ruimte voor de persoon in de stilte en de eenzaamheid. Het woord  monachos zegt het al:  als eenling
Het kwam misschien door het artikel in dagblad Trouw dat er opvallend veel protestantse gasten waren. De protestantse belangstelling voor het kloosterleven en monastieke spiritualiteit is , ondanks de kritiek van de reformatoren op de kloosters, nooit helemaal  weggeweest.  Dietrich Bonhoeffer  leefde in het seminarie van Finkenwalde een soort monnikenleven.  In zijn “Gemeinsames Leben” schrijft hij over de regels in het gemeenschapsleven. Zo is het verboden over iemand te spreken, die er op dat moment niet is. En voordat er Avondmaal gevierd wordt is er eerst ruimte voor een soort persoonlijke biecht. Iedereen wordt opgeroepen om alles wat er tussen hem en de ander in staat uit de weg te helpen.
 In onze tijd is er een opleving van belangstelling voor monastieke spiritualiteit.  Een centraal gegeven van monastieke spiritualiteit zijn de getijden.    De getijden raakten mij in mijn denken over kerk-zijn. Is dat ook niet het wezen van de kerkelijke gemeenschap  dat we voor elkaar instaan ; er zijn voor de ander; elkaar gegeven en vergeven. Een gemeenschap die Christus kan vertegenwoordigen in de wereld. Als geloofsgemeenschap zijn we niet gebouwd op onze  eigen wensen en idealen. God heeft voor de gemeenschap allang de grond gelegd. Daarom treden we er niet binnen met eisen, maar met dankbaarheid.  Met ontroering zag ik hoe die jonge leefgemeenschap in het klooster gebaseerd is op het werk van de Geest. De spiritualiteit begint met ontvankelijke aandacht voor de Geest. Het is de Geest die inspireert. Niet onze behoeften staan centraal, maar het verlangen van God naar onze betrokkenheid op zijn heil en zijn rijk.
Ik leerde in het morgengebed de betekenis van de morgen. Iedere nieuwe morgen is een nieuwe aanvang van ons leven. Elke nieuwe morgen ontvangen we de mogelijkheid om met God een nieuw leven te beginnen. In de stilte van de vroege morgen richten we onze aandacht op Gods zegenende nabijheid. Zoals de profeet zei : “ De Heer wekt mij elke morgen, hij wekt mij het oor opdat ik als een leerling luister”. ( Jes 50:4)  Iedere dag beginnen met gebed en meditatie is geen verspilde tijd. Pas zo kunnen we de uitdagingen van de dag aan.  Hier heb ik leren bidden, zei iemand, door eerst te luisteren naar Gods Woord. Dan is mijn gebed een antwoord op dat Woord. De geestelijke discipline bevrijdt mij van te egocentrisch bidden·
In het nachtgebed als de dag ten einde is en je het laatste moment samen bent voordat het stil wordt noemen we de namen van personen of organisaties die in nood zijn. Het is ook het moment om elkaar vergeving te vragen en vergeving te schenken, zodat we in vrede kunnen gaan slapen. Vergeving is wezenlijk voor het gemeenschapsleven. Want mensen kwetsen elkaar en bestrijden elkaar, belasten elkaar. De christelijke gemeenschap is gebaseerd op de vergeving van onze zonden door Jezus Christus. En die vergeving schenken wij ook aan elkaar. De regel is, wellicht overgenomen van Bonhoeffer, dat men niet over iemand mocht spreken in zijn afwezigheid. Dat lijkt mij een gezonde afspraak.
In verbondenheid,
Ds Jolien Nak


12 juni 2020:
Pastorale brief.   ADEM

Zondag 14 juni is het zover. Dan zal voor het eerst de kerkdienst simultaan worden uitgezonden. Voor het eerst weer met een beperkt aantal bezoekers. De kerkzaal is ingericht volgens de regels van de anderhalve meter afstand. Er is geen koffie en zingen doen we ook niet. Samen zingen blijkt een bron van besmetting te zijn. Neuriën mag misschien wel, hoewel daar het laatste woord nog niet over gezegd is. Voorlopig maken wij gebruik van de schat aan liederen die wij digitaal ten gehore kunnen brengen. En u kunt thuis natuurlijk uit volle borst meezingen.
Toch ervaar ik het ontbreken van samenzang als uiterst pijnlijk. Alsof de adem je wordt afgesneden. Het lied is  immers een sterk verbindende factor. Zodra wij gaan zingen, en eigen sores loslaten nemen we één taal in de mond en vormen we één gemeente. Ik wil graag muziek. Muziek voor oude mensen die nog krachtig zijn – dat zijn wij dus, toch? Krachtig genoeg om te zingen of je te laten zingen. Hoezeer kan een lied je niet boven jezelf uit doen stijgen. Als je zingt kun je veel meer tekst uit je mond krijgen dan wanneer je iets zegt. De kracht van zingen is dat de noten je meenemen naar een niveau waarin je boven jezelf uitstijgt.  Zingen is een van de beste manieren om je geloof te uiten, maar ook je geloof te binnen te zingen. Willem Barnard heeft ons geleerd dat zingen in -ademen is. Het inhaleren van de Geest, omdat we wind/adem/geest te kort komen.
Dat wij ademen, is wat ons in leven houdt. Als wij niet meer ademen zijn we letterlijk doodstil geworden. Er staat aan het begin van de bijbel dat God de mens vormde van klei of leem en Hij blies door de neusgaten Zijn adem in. Die adem is hetzelfde woord voor Heilige Geest. God blies van zijn adem, van zijn Geest in de mens. Als u ademt dan ademt u als het ware God in en God uit. Daar sta je niet bij stil, dat zou ook haast niet kunnen. Welk geschenk kun je nu beter aan God geven dan die adem terug te geven door te zingen. Maar die adem! Om daar mee te zingen tegen de klippen op en als je het zelf niet ziet zitten, dan hoor je mensen om je heen zingen en je wordt gedragen op de vleugels van hun lied.       
Is nu, na Pinksteren de heilige Geest onze levensadem? Als heilige Geest ook hartstocht is voor gerechtigheid. Als heilige Geest ook gloed van ontferming is? Als heilige Geest ook scheppingskracht is, het vermogen menswaardig leven te bevorderen. Dan kan deze wereld een keten van bewoonbare plaatsen worden met het bijbels visioen voor ogen van vrede en recht.
I can’t breathe 
“ Ik kan geen ademhalen” waren de laatste woorden van George Floyd, toen hij in Minneapolis door politiegeweld om het leven kwam. Wordt Gods aangezicht niet zichtbaar in het gelaat van de naaste in nood? “ I can’t breathe”..deze woorden zijn door  demonstranten wereldwijd overgenomen in hun strijd voor gerechtigheid. Als een mantra tegen onderdrukking. Beelden die aan slavernij en kolonialisme herinneren worden van hun sokkel gehaald. “Black lives matter”, zwarte levens doen ertoe.
Het doet me denken aan de woorden van M.L. King in zijn speech “I have a dream”  ( 1963) : “Dat eens mijn vier kleine kinderen in een land zullen leven waar ze niet meer zullen worden beoordeeld op de kleur van hun huid, maar op hun karakter. Ik heb een droom dat kleine zwarte jongens en zwarte meisjes hand in hand kunnen gaan met kleine witte jongens en witte meisjes en samen kunnen leven als broeders en zusters. Met dit geloof zullen we in staat zijn een kiezelsteen van hoop te bouwen uit de berg van wanhoop”.
Soms door ademnood bevangen zingen wij tegen de klippen op liedjes van protest en hoop:  “Omdat Gij het zijt.. laat niet verloren gaan, één mensenkind”  of oude psalmen over het hijgend hert; “de Heer is mijn Herder” of  “Dankt, dankt nu allen God”, “Eens als de bazuinen klinken” ; “ Geest van hierboven..”. Al die prachtige liederen die ons door het donker heen kunnen dragen. Gedragen door vleugels van de hoop. Dat is wat we kunnen doen, weliswaar (nog) niet in samenzang maar wel in ons eigen hart.
Vooruitlopend op het moment dat wij met onze kerkhonger weer als gemeente  samen kunnen komen zingen wij ons lied dat zingt van vergezichten: “elkaar zijn wij gegeven tot kleur en samenklank….. de lofzang om het leven geeft stem aan onze dank”
In verbondenheid,
Ds Jolien Nak



3 juni 2020:
Pastorale brief              Aangeraakt.                                                                                              
Als ik vrijkom
ga ik iemand vragen
mij aan te raken
heel voorzichtig graag
en langzaam
raak me aan
ik wil
weer leren
hoe het leven voelt
( Uit:   De dag dat je brief kwam –  Hugh Lewin)    

Het is bijzonder dat uitgerekend de eerste zondag na het Pinksterfeest we in kleine bezetting weer kunnen samenkomen. Immers waar de Heilige Geest wordt uitgestort gaan deuren open.  Hopelijk zijn de maximaal 30 kerkgangers in juni een opmaat voor de maximaal 100 vanaf zondag 5 juli. Voorlopig is samenzang niet verantwoord en kan pastoraat slechts op afstand plaats vinden.
Ik ervaar het zelf in het pastoraat maar ook daarbuiten als een verarming  dat we elkaar niet meer aanraken.  De aanraking, de hand die je even op een schouder legt, maar ook de handdruk en de handen even langer vasthouden dan gebruikelijk waardoor je voelt: ik leef met je mee, ik denk aan je, je gaat mij ter harte.  De aanraking ! Wat is dat eigenlijk belangrijk. Veel dierbaren hebben we wekenlang niet in onze armen gesloten; alleenstaanden hebben in deze periode  vaak geen enkel lichamelijk contact gehad.  Iemand schreef dat hij huidhonger had: een intens verlangen naar aanraking. We concentreren ons in deze coronatijd op de bedreigende kant – aanraking kan een virus overbrengen -maar missen we de verrijkende kant van de aanraking. Onze gezondheid, psychisch of lichamelijk, hangt voor een belangrijk deel samen met de mate waarin lichamelijke aanraking door bijvoorbeeld streling plaats vindt.

We hebben het nodig om elkaar aan te raken. We weten uit allerlei onderzoek dat het essentieel is voor een zuigeling om veel geknuffeld en aangeraakt te worden.  Ik herinner me het intense gevoel van de nog warme baby op je lijf.  Gelukkig  is er ook voor de vader steeds meer aandacht gekomen voor het huid op huid contact met zijn pasgeboren kind. Zonder die lichamelijke hechting blijft het kind zijn leven lang problemen houden met sociale interacties. Inmiddels is gebleken dat aanraking  ook belangrijk is voor volwassenen: het zorgt voor vertrouwen in anderen, de wereld en jezelf.  ( Alle schrijnende verhalen over ongewenste aanraking, laat ik nu even buiten beschouwing.)

Bij aanraking moest ik denken aan de bekende fresco van Michelangelo. God wordt afgebeeld als die man die zijn hand en uiteindelijk zijn vinger  uitreikt naar die mens, Adam die door die hand nog net niet aangeraakt wordt: hij zal geraakt worden of is net geraakt. Ik moet denken aan psalm 8: “U hebt de mens bijna goddelijk gemaakt”. Wij werden en worden door God aangeraakt. Hoewel we God niet kunnen zien, worden wij toch door Hem aangeraakt. Dat is geloofstaal en ook een deel van de realiteit. God komt zo dichtbij als door Michelangelo geschilderd.  

Jezus raakte mensen aan of liet zich aanraken. Bijvoorbeeld in dat beroemde verhaal van die vrouw in die massa mensen die zo graag genezen wilde worden en die uiteindelijk alleen maar die kwast van het kleed van Jezus aanraakt en geneest.  En de kleintjes, de kinderen, Jezus omarmt hen en zegent hen.
Ik geloof dat God ons ook nu aanraakt, net als Jezus mensen aanraakte. Dat geeft moed om te leven.

In verbondenheid,
Ds Jolien Nak

26 mei 2020
Pastorale brief.  “ Pinksteren”


We zijn op weg naar Pinksteren. Dit jaar geen huis vol mensen. Na  Pinksteren mogen we weer samenkomen, maar diensten zullen slechts beperkt toegankelijk zijn.  De kerkruimte is inmiddels opnieuw ingericht volgens de anderhalve meter samenleving. Alle informatie hieromtrent volgt nog. Het komt erop neer dat ieder fysiek contact vermeden moet worden. Dus oppassen bij  binnenkomen en volg de looproutes.  Jaren geleden las ik een boekje met de titel “Het wordt kil in de kerk” ( H. Andriessen; G. Heitink). Dat ging toen over mensen die geen band meer voelen met de geloofsgemeenschap en afhaken. En over de bijzondere  pastorale verantwoordelijkheid die de gemeente heeft naar deze mensen. Als ik zie dat we voorlopig geen koffie drinken met elkaar en niet meer samen zullen zingen ( misschien wel neurieën) vraag ik me af  hoe we nog een warme en gastvrije gemeente kunnen zijn.
Hopelijk is deze crisis ook een kans. Kunnen zich nieuwe mogelijkheden aandienen. We zien het nog helemaal niet, maar ik dwing mij ertoe mij open te stellen voor het nieuwe.  
We moeten de kracht van de liefde ontdekken, de verlossende kracht van de liefde. Wanneer we die op het spoor komen, dan gaat er wat veranderen in de wereld. Dan zullen we van deze oude wereld een nieuwe wereld maken. Ik bid dat we deze woorden rond Pinksteren kunnen ontvangen. Veni Creator Spiritus, kom heilige Geest en verwarm onze kille harten. Kom tot ons en spreek over de kracht van de liefde.
Liefde die ondanks dat we elkaar niet kunnen ontmoeten wel voelbaar is . We weten ons met elkaar verbonden o.a. dankzij  de online vieringen die vanaf half juni ook live worden uitgezonden. Dat is aan u te danken. Aan uw royale gift om dit technisch mogelijk te maken. Ik zie het als een teken van warme verbondenheid. Maar die verbondenheid zie ik ook in het onderlinge pastoraat. Er is veel saamhorigheid en hulpvaardigheid. Dat houdt ons als gemeente gaande.
Gedragen door de Geest.  De heilige Geest wordt vaak voorgesteld als een duif. Dat wij op de vleugels van die duif gedragen worden. We ervaren dat niet altijd op momenten van diepe crises. Dan is het weg. Weggevlogen. De troostende woorden en verhalen lijken helemaal niet te werken. Dat alles wat je ooit geloofde van je is afgevallen. Verlieservaringen die haaks staan op waar je zo op hoopte of naar verlangde. Het kan een mensenleven verscheuren. Het is dat leven waar we allemaal zeer in deze bange tijd vol onzekerheden mee worstelen. De heilige Geest, de Trooster, lijkt ver weg.
Toch is dit wat midden in deze tijd tot ons gezegd wordt: “ allen werden vervuld van de heilige Geest”.( Hand. 2:4) De vogel Gods die haar vleugels breidt en ons tot nieuw leven wekt.    Een beeld dat het houdt in tijden van crises. Op Pinksteren horen we het verhaal van de ademtocht-van- Godswege, die vaardig werd over mensen en hen nieuw in beweging zetten. En dat nog steeds doet.
Ik wens u veel geestkracht.
                                 In verbondenheid,
                                                               ds Jolien Nak  


12 mei 2020
Pastorale brief.  De aarde is des Heren. 
                     
We zijn op weg naar Pinksteren. Pinksteren vieren we op de vijftigste dag na Pasen. De naam Pinksteren betekent ook vijftigste, maar het is meer dan een telwoord.  Het moment waarop de Geest over de apostelen kwam viel precies op het joodse Wekenfeest. Het wekenfeest, Sjavoeot, is net als Pesach van oorsprong een oogstfeest. De eerste opbrengst van de nieuwe oogst zal men aan God wijden. (Lev. 23: 15 – 17). Het tellen van de tussenliggende vijftig dagen heet de “Omertijd”. Omer is een joodse maat. Het is ongeveer de hoeveelheid voedsel die een mens per dag nodig heeft. Toen het volk in de woestijn trok mocht iedereen één Omer per dag aan brood oprapen. Het tellen van de vijftig dagen tussen Pesach en Pinksteren is een belangrijk ritueel: van dag tot dag brengt men zich Gods goedheid te binnen. Zoiets als : tel uw zegeningen, één voor éen.. ’
 
Pesach is het feest van de vrijheid en het Sjavoeotfeest gaat over de regels van de vrijheid, van de Thora, de wegwijzer ten leven, gegeven aan de mens door Mozes op de berg Sinaï. Tien geboden, tien woorden om de woestijn door te komen.
Bij één van die tien woorden wil ik even stilstaan om ónze woestijntijd door te komen. Onze uitzonderlijke tijd waarin we een deel van onze vrijheid hebben moeten opgeven.

Van sabbat naar jubeljaar: bevrijde tijd
“Gedenk de sabbatdag dat gij die heiligt.”  De sabbat is Gods paleis in de tijd. De dag van opademen, omdat God zelf opademde op de zevende dag. De dag van bevrijding, omdat God zijn volk bevrijdde uit de slavernij. Daarom zal niemand op sabbat gedwongen werk doen. Op sabbat heeft de scheppende en bevrijdende God het voor het zeggen. Gods zeggenschap betekent vrijheid voor allen.
Elk zevende jaar zal een sabbatsjaar zijn. een jaar van bevrijding, een jaar van rust en opademen, een jaar van kwijtschelding van schuld. Het sabbatsjaar is, zoals de zevende dag een dag van God is, een jaar van God. Een jaar waarin de aarde tot rust kan komen. Een jaar van vrijlating van slaven: Geen mens mag in eeuwigheid geknecht worden, immers de mens is beeld van God.  De kroon op de schepping is de sabbat. Scheppen is gericht op de sabbat. Mensen en dieren moeten regelmatig rust krijgen. In Egypte zijn zij slaven geweest en weten dus hoe het is om uitgebuit te worden. Mens en dier mag je niet uitputten met werk. Dieren mag je niet tot het uiterste gebruiken voor een zo hoog mogelijke opbrengst, want de sabbat is de voltooiing van de schepping en dieren zijn je medeschepselen. In onze 24 uurs economie, zeven dagen per week, 365 dagen per jaar, gericht op steeds hogere productie is die boodschap actueler dan ooit ( Ex 23: 12)

Jubeljaar: jaar van opademen en nieuw begin
Na zeven sabbatsjaren, na 49 jaar: het vijftigste jaar is een jaar van grote verzoening. Niet voor niets wordt dit jaar aangekondigd door een blazen op de ramshoorn ( jobeel) . Stel je voor: nu gaat Gods jobeeljaar beginnen, een jaar van bevrijding voor mensen -aan-de-grond. Een jaar van nieuw begin. Dan mag er niet gezaaid en geoogst worden en is wat groeit in het land weer voor iedereen, voor alle mensen en alle dieren. Bovendien gaat dan alle land naar de oorspronkelijke eigenaar terug – “ in het jubeljaar zal ieder naar zijn eigen grond terugkeren – en mensen die in schuldslavernij zijn geraakt komen vrij. De grond mag je niet ongestraft opgebruiken. Ook met de grond moet je, net als met andere mensen en met dieren, zorgvuldig omgaan. De planeet niet belasten met een ondraagbare last.

Ben ik mijn broeders hoeder?
Zijn we eigenaars, exploitanten, of hebben we de aarde in bruikleen? Om die vragen gaat het.
De reden die voor het jubeljaar gegeven wordt: het land en mensen behoren God toe. “ Land mag nooit verkocht worden, alleen verpand, want het land behoort Mij toe ( Lev 25:23) . Bezit van land en zeggenschap over anderen zijn dus betrekkelijk.
In Leviticus 25 zie je de zuster en de broeder verarmen, wegzakken en uiteindelijk door de bodem zakken. Het gebod van God is dat je de broeder zult vastgrijpen, zult staande houden, zodat hij naast je zal overleven. Het zal niet gebeuren dat hij niet langer je naaste is.  Je zult steeds opnieuw zijn naaste worden. Zo bevrijd je je broeder en zuster en zorg je dat hij of zij niet uit de gemeenschap , uit de solidariteit wegzakt en losraakt .
Je ziet het voor je, een mens die wegzakt en zijn hand uitsteekt. Wie helpt? Grijpen zul je die hand.
Anders zakt een medemens weg. Je zult de hand van de wegzakkende vrouw of man naast je niet alleen grijpen, je zult ook iets in die hand stoppen. Je zult erop uit zijn dat die mens naast je, ook die naaste die aan de andere kant van de wereld woont, niet langer wankelt. Je zult hem weer grond onder de voeten geven, dat is solidair zijn ( sol = grond; solidus = stevig).

U herinnert zich misschien ook nog  dat project van de VN “Jubilee 2000”. Je zou het kunnen zien als een actualisatie van het jubeljaar. Het was een project van de Verenigde Naties om gedeeltelijke kwijtschelding van schulden te krijgen voor landen die zo’n grote schuld hadden dat ze die nooit zouden kunnen terug betalen zonder dat de bevolking  onder het bestaansminimum zou komen. Het gebrek aan solidariteit aan het zwaar getroffen Italie is Nederland ernstig verweten.  De bede uit het Onze Vader “zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven” krijgt nu wel een extra betekenis. Bovendien is internationale samenwerking en handel van het grootste belang om de problemen die op ons afkomen aan te pakken.
 We are one world. De wereldbevolking als één samenleving. Kunnen de sabbatswetten ons helpen ons te richten op een wereld waar ongelijkheid en onbalans zijn recht gezet?  
“Door allen, voor allen”  om met de Nederlandse wijkverpleging te spreken.

Ons karakter wordt getest.   Wat voor generatie willen wij zijn?  
In deze overgangstijd zullen we onze manier van leven heroverwegen. Er ligt een moeilijk begaanbare weg voor ons dat is de weg van de verandering.  
 Er is ook hoop, als kwaliteit  van de ziel, die niet afhangt van wat er in de wereld gebeurt ( Havel)   Het vraagt niet alleen om moed ,maar ook om een sterk geloof  om je voor te stellen dat deze woestijntijd een zee van bloemen kan voortbrengen.

Komt kinderen niet dralen
want de avond is nabij!
Wij zouden licht verdwalen
in deze woestenij.
Komt vatten wij dan moed
naar de eeuwigheid te streven,
van kracht tot kracht te leven
In ’t eind is alles goed.

Uw ziel moet gij stofferen
maar niet uw aardse stee.
Als gij gaat pelgrimeren
wat neemt gij met u mee?
Gemak wordt u tot last.
Een pelgrim moet zich voegen
met alles vergenoegen,
want hij is slechts te gast . ( LB 1973, lied 441: 1,5)  
     
In verbondenheid,
ds Jolien Nak

 
terug
 
 
 

Gemeente zondag, gezamenlijk met Heemstede in Bennebroek
datum en tijdstip 27-09-2020 om 10.00u
meer details

Koffiekring: deze aciviteit gaat weer door met inachtneming van de coronamaatregelen
datum en tijdstip 30-09-2020 om 10.00u
meer details

Trefpuntcafé: Arnold Ziegelaar, Filosoof. "Levenskunst in crisistijd
datum en tijdstip 02-10-2020 om 20.30 (deuren open, koffie klaar om 20.00)
meer details

Viering
datum en tijdstip 04-10-2020 om 10.00u
meer details

 
Schoenendoos actie

meer
 
 
 
  Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.